| #1.Inleiding |
| Hardheid is bij metalen de eigenschap te weerstaan aan een blijvende vervorming. |
| (buiging,breuk of vormverandering) |
| Hoe groter de hardheid van metaal is, hoe groter zijn weerstand tegen vervorming. |
| Daar treksterkte, vloeigrens paralell lopen met de hardheid kan men zeggen dat een sterk materiaal ook hard is. |
| De manier waarop de hardheidstesten de hardheid bepalen is de indringdiepte te meten van een niet vervormbare bal of conische vorm. |
| Door middel van een micronmeter (duizendsten mm) wordt de indringdiepte in het metaal van de bal of cone gemeten bij een bepaalde belasting in Kg of N (Newton) gedurende een bepaalde periode. |
| Alternatief kan ook de diameter van de indringing gemeten worden en door middel van tabellen de hardheid dan afgelezen worden. |
|
| #2.Types Hardheidstesten |
| #2.1.1 Hardheidstest volgens BRINELL Toestellen voor de meetkamer |
| #2.1.2 Hardheidstest volgens BRINELL De Poldi-meter |
| #2.2 Hardheidstest volgens ROCKWELL |
| #2.3 Hardheidstest volgens VICKERS |